Behandelingen

Een trimbeurt bestaat o.a. uit het knippen van de nagels,
het reinigen van de oren, het wassen en föhnen van de vacht, het borstelen en kammen,
het uitwollen, het ontklitten, het knippen, plukken, strippen, effileren of scheren van de vacht in het door u gewenste model of volgens de rasstandaard.

Hoe vaak uw hond moet worden getrimd, is heel verschillend en afhankelijk van de vacht.
Om u toch een idee te geven:

Wassen en Föhnen

Voor het wassen van uw hond maak ik gebruik van zeer goede en zachte shampoos welke een frisse en schone vacht geven. Na het wassen, wordt de vacht goed geborsteld en uitgeföhnd. Voor het föhnen gebruik ik een zogenaamde “waterblazer”. Dit is een zware föhn die het water letterlijk uit de vacht blaast. Deze wordt niet warmer dan 30 graden, zodat de huid niet kan worden aangetast door oververhitting. Een schone en goed uitgeföhnde vacht is de basis voor een perfect model.

Borstelen en kammen

De meest algemene verzorging is het borstelen en kammen van de vacht. Het dient om oude en losse haren te verwijderen, “klitten” te verwijderen en om eventuele parasieten op te sporen en te verwijderen. In de trimsalon kom je dikwijls honden tegen die te weinig, nooit of verkeerd geborsteld zijn. Het borstelen dient namelijk in laagjes van onderen naar boven te geschieden met een universeel- of pennenbostel. Daarna wordt de kam gebruikt ter controle om eventueel achtergebleven haren of knopen in de vacht te verwijderen. Uiteraard wordt de kam ook gebruikt om de vacht zogenaamd “op te kammen” .

Ontwollen

Er zijn heel veel rassen die naast de normale dekvacht ontzettend veel ondervacht hebben. Dit is de zogenaamde onderwol. Als dit los gaat laten, gaan deze honden enorm in de rui (meestal 2 x per jaar). Ze trekken als het ware een jas uit. In de Trimsalon maken wij gebruik van de was en blaasmethode. De shampoo laten we dan 30 min intrekken. Daarna spoelen we de hond zorgvuldig uit en gaan we met de waterblazer aan de slag. Hiermee blazen we alle lossen haren eruit zonder de rui te stimuleren. Het ontwollen scheelt u ontzettend veel haren thuis en uw hond is een stuk eerder van deze vervelende rui af!

Ontklitten

Een hond met incidenteel wat klitten op de bekende plaatsen, zoals bijvoorbeeld achter de oren, snor/baard, buik, oksels en binnenzijde van het dijbeen, kan worden behandeld met een klittenkam, welke de klit doorsnijdt. Echter voorop moet altijd staan dat de trimsalon de plaats is voor het behandelen van uw hond en niet het mishandelen van uw hond. Klitten op, voor de hond, gevoelige plaatsen kunnen daarom soms beter weggeknipt worden. Is uw hond werkelijk tot op de huid vervilt, dan rest er vaak nog maar één (pijnloze) manier: het kortscheren van uw hond.

Knippen Bij het knippen wordt de vacht ingekort met behulp van een schaar. Meestal zal er bij de kniphonden tegen de haargroeirichting in geknipt worden, tussendoor het haar opkammend, om uitstekende piekjes te ontdekken. Zoals reeds eerder is vermeld, kan een kniphond alleen dan strak in model gezet worden na zorgvuldig wassen en uitföhnen van de vacht.

Plukken

Plukken is het verwijderen van loszittende dekharen bij honden

met een ruwharige vacht. Uw hond dient in dat geval goed “trimrijp” te zijn om de huid (en uw hond) zo min mogelijk te irriteren. Het haar wordt plukje voor plukje, op sommige plaatsen haar voor haar, in de groeirichting verwijderd. Doordat het plukken op een vakkundige manier gebeurd, merkt uw hond daar vrijwel niets van. Na 6 tot 8 weken kan het bij sommige hondenrassen noodzakelijk zijn om de hond na te plukken. Dit om later gerijpte haren te verwijderen, waarmee een beter eindresultaat bereikt wordt en de vacht gelijkmatig aangroeit. Bij bovenstaande techniek wordt in een keer de gehele harde bovenvacht weggeplukt. De zachte ondervacht blijft staan.

Strippen

Bij het zogenaamde strippen zal uw hond niet geheel in de onderwol geplukt worden en natuurlijker ogen, maar een regelmatig(er) bezoek aan de trimsalon is hierbij vereist. Sommige honden hebben van nature al een stripvacht. Wanneer de lange harde bovenvacht weggeplukt wordt, verschijnt de nieuwe, (korte) harde bovenvacht met daaronder de zachte ondervacht. Indien een stripvacht gewenst is, plukt de trimmer ongeveer vier maanden na een “grote” plukbeurt, zo gelijkmatig mogelijk de helft van de harde bovenvacht weg. Er blijft dus een dubbele vacht over na deze plukbeurt.

Effileren

Effileren is het uitdunnen of inkorten van de vacht met behulp van een effileerschaar. Dit kan met een dubbelgetande- of met een enkelgetande effileerschaar. Effileren geschiedt met de haargroei mee of tegen de haargroei-richting in.  De lengte kunt u zelf bepalen. Vaak knippen we een leuke puppyknip op een lengte van ongeveer 2cm. Maar dit kan ook langer mits de vacht goed onderhouden is.

Scheren

Bij het scheren korten we de vacht in met behulp van een tondeuse. De lengte van de vacht die blijft staan, hangt af van de scheerkop die aangebracht wordt op de tondeuse (vanaf 3 mm t/m 1 cm). Scheren kan zowel met de haargroei mee als tegen de haargroeirichting in. Dit ligt aan het model en/of aan de vacht

Vlooien en teken

Vlooien en teken komen de meeste hondenbezitters wel eens tegen.
Omdat voorkomen beter is dan genezen geef ik u graag wat meer informatie
over deze twee parasieten. 

De vlo

Volwassen vlo

Volwassen vlooien (1,5 – 6 mm) kunnen zich aan de hond vasthechten dankzij uitsteeksels (setae) en haakjes. Voordat de vlo bloed zuigt (ongeveer 150 keer het eigen lichaamsgewicht) boort ze met haar monddelen een kanaal door de huid van haar gastheer. Ze spuit dan speeksel in dat een anti- stollingsmiddel bevat. Het speeksel kan een allergische huidreactie veroorzaken. Na de eerste bloedinname maken vlooien een verandering in de stofwisseling door, waardoor ze regelmatig nieuw bloedmaaltijden moeten krijgen om in leven te blijven ( ze worden een obligaat parasiet). Na de paring kunnen vrouwtjes tot ongeveer 40 eieren per dag leggen.

Eieren

Vlooien eitjes (ongeveer 0,5 mm) zijn wit en ovaal en net met het blote oog te zien. Ze worden in de vacht van de hond gelegd en na enige uren vallen de eitjes in de omgeving. De meeste eitjes bevinden zich dus in de omgeving en niet op de hond. De meest ideale omstandigheden voor de vlooien eitjes zijn 20-25 graden Celsius en een vochtigheidsgraag van 70%. In deze omstandigheden kunnen de eitjes binnen 48 uur ontwikkelen tot larven. Onder slecht omstandigheden duurt dit 11-12 dagen.

Het popstadium

De volwassen larven (ongeveer 5 mm lang) omhullen zich in een plakkerige cocon en verpoppen. De poppen kunnen maandenlang in rust overleven in hun beschermende cocon, maar over het algemeen komen ze in 5 tot 7 dagen uit, ontwikkeld als volwassen vlo. Het uitkomen van de pop wordt gestimuleerd door de lichaamswarmte van de hond en door trillingen die ontstaan als de hond of de mens langs loopt.

De jonge vlo

De vlo voedt zich 24 tot 48 uur nadat het als pop uit de cocon is gekomen, met het bloed van de hond. Volwassen vlooien brengen bijna hun gehele leven door op de hond. Ze voeden zich meerdere malen per dag met bloed. Pas nadat het vrouwtje bloed heeft gezogen, kan ze eitjes leggen.

Zoals u hierboven kunt lezen gaat de ontwikkeling van de vlo ontzettend snel en kan dus uitgroeien tot een totale catastrofe. Uw hond heeft er enorm veel last van en kan zich helemaal open krabben. Daarnaast heeft uw woning er binnen zeer korte tijd ontzettend veel medebewoners bij.

Het is daarom zaak om zo snel mogelijk in te grijpen wanneer u een vlo constateert. Beter zelfs is het voorkomen van een vlooienplaag!

De behandeling

Voor de behandeling van vlooien zijn tegenwoordig tal van middelen op de markt. Producten verschillen voornamelijk op basis van de werkzame stof en op de toedieningsvorm. Te denken valt aan ampullen voor in de nek, sprays, shampoos en poeders.

Uit de levenscyclus van de vlo blijkt dat het grootste gedeelte van de vlooien in de omgeving zit. Het is dus zeker zo belangrijk om ook de omgeving te behandelen met de daarvoor bedoelde middelen. Anders heeft de gehele behandeling totaal geen nut.

De teek

De teek is geen insect, maar behoort tot de groep van de spinnen (8 pootjes). Ze zitten vooral in loofbossen. Huisdieren en mensen die passeren worden door de teken besprongen Teken zijn erg moeilijk te bestrijden met insecticiden. Insecticiden kunnen vaak niet voorkomen dat een teek op de hond komt en het duurt ook vaak te lang voordat de teek gedood wordt. In deze tijd heeft de teek de mogelijkheid zich toch in de huid vast te bijten.

Het is  wel van groot belang dat u uw hond regelmatig controleert op teken. Ze kunnen namelijk serieuze ontstekingen veroorzaken en erger nog, de ziekte van Lyhme overdragen. Om de teek te verwijderen, pakt u de teek zo dicht mogelijk bij de kop vast en trekt hem langzaam met een draaiende beweging uit de huid. Breng voor het verwijderen van de teek géén alcohol aan. De teek raakt hierdoor in paniek en braakt zijn maaginhoud in de hond. Deze maaginhoud kan bacteriën bevatten die besmettelijke ziekten overbrengen.

Tip: tel nadat u de teek te pakken hebt even de pootjes. Zijn dit er 8, dan kunt u er zeker van zijn dat de teek in zijn geheel is verwijderd. Dit is wel belangrijk, want blijft het kopje zitten, dan kan dit een flinke ontsteking veroorzaken. Vindt u het niet prettig om de teek met uw handen te verwijderen, dan zijn er diverse soorten tekentangen op de markt die heel makkelijk te hanteren zijn.